maandag 2 februari 2015

45 In Siberië.

45 Woosje Wasser Kunstenaarsboeken

IN SIBERIË 

Reisboek Transsiberië Express 2006

19 kaarten in kaft 15 x 21 cm. Cassette 23 x 23cm.
Textiel, papier, textielverf en garens.

De aanleiding en leidraad voor dit boek is een krantenartikel over de Belgische  fotograaf Gert Jochem die na het uiteenvallen van de USSR veel door Siberië reisde. 
Hij legde vast hoe het "elders van Rusland" aan zijn lot werd overgelaten,
terwijl de Sovjet-industrie ten onder ging. Het was niet gelukt het onmetelijke land
toegankelijk te maken voor grote groepen Russen. De afstanden bleken te groot, 
het klimaat te extreem.

Op zijn reizen volgde Jochems de spoorlijnen, vaak in nachtbussen, goedkoop alternatief 
voor hotels die er niet waren. 
Langs dat spoor kwamen langzaam hervormingen tot stand, maar hoe verder daarvan weg, hoe groter de leegte, het verval en vaak ook de verwoesting van het milieu.
Zijn foto's vertellen het verhaal van kou, verlatenheid, verwaarlozing en bittere armoede.

Een en al treurigheid, terwijl wij later in 2007 vrolijk met de comfortabele Transsiberië Express naar Bejing reisden. Wel met een paar langere stops in de belangrijkste Siberische steden, zodat je toch een idee kreeg van hoe het er nu is en toen was. 
En vanzelfsprekend kon je dag en nacht naar buiten kijken, voorbij talloze stations, langs meren, rivieren en door bossen. Overal zag je tekens van leven: flats, bruggen, emplacementen, mijnschachten, akkers met boerenhuizen, dieren, masten, viaducten, fabrieksschoorstenen, hekken en mensen, bewoners van Siberië of tegenliggers in passerende treinen.

Met lapjes, verf en stiksels heb ik de krantenfoto's dragelijker willen maken. 
"Cache misère" noemen ze dat in Frankrijk, dat is armoe verbergen door die te omkleden
of - in mijn geval - door die te etaleren als een met stiksels betekend Stalenboek. 
Ook wilde ik de spanning en schoonheid van een mythisch begrip, een magisch reisdoel 
als Siberië in stand houden, ondanks maar ook dankzij de realiteit.






































































  
  


    


zaterdag 24 januari 2015

44 Ik heb geen deur, zegt de steen

44 Woosje Wasser Kunstenaarsboeken

IK HEB GEEN DEUR, ZEGT DE STEEN 1998


Leporello (boekje in harmonicavorm gevouwen) 22 x 70 cm 
in kaft 10 x 24 cm  bij een gedicht van Wislawa Symborska 
Bewaard in doosje (23 x 11 cm) ontworpen en uitgevoerd door Liesbeth Visser
Textiel, geprepareerde zijde, textielverf, potlood en garens.

Omdat het vroeger bijna onmogelijk was aan een eenmaal geschreven of gedrukte tekst 
nog iets toe te voegen of te veranderen, werd er soms aan een pagina een extra blaadje bevestigd, dat in- en uitgevouwen kon worden. Net als papier leent textiel zich daar prima voor. Bij diverse boeken heb ik met extra details hetzelfde gedaan.


"Ik klop op de deur van de steen
Ik ben het, doe open.

Ik heb geen deur, zegt de steen."










                                   ingevouwen


         uitgeklapt




terug gevouwen






Kaft achter,
nu volgt de tegenkant.




















De tekst is een citaat uit het veel langere gedicht Gesprek met een steen:
Wislawa Szymborska: Einde en Begin. Gedichten 1957-1997, pag.78
Vertaling Gerard Rasch, uitg.Meulenhoff 1998. 

Ook in de bloemlezing Uitzicht met Zandkorrel pag.27. Uitg.Meulenhoff 1995. 

Stenen en mineralen waren eerder al het onderwerp van mijn wandkleden
Hier uit 1964: Olivijn en Hoornblende (50 x 60 cm). 
Na de dood van hun vader worden ze nog altijd door de dochters gekoesterd.
  





donderdag 15 januari 2015

43 The Pink City. Reisboek Rajasthan


43 Woosje Wasser Kunstenaarsboeken

                                                        THE PINK CITY. 

                                                        Reisboek Rajasthan, India 1992

8 x 4 pagina's in met textiel beklede band 30 x 40 cm en cassette.
Linnen, ongebleekte katoen, zijde, textielverf, krantenknipsels, garens.

In het Mehangarh-fort in Jodhpur staan bij de laatste poort op de muur de handafdrukken van weduwen van de maharadja Man Singh die in 1843 op zijn brandstapel de dood vonden.
Van de Middeleeuwen tot in de 19e eeuw, toen het door de Engelsen verboden werd,
was het in sommige kasten gebruikelijk dat vrouwen hun man niet mochten overleven.

Ook staan er op de muren van het fort - als een laatste vaarwel -de handafdrukken van de maharani's die na de dood van hun echtgenoot met hun kinderen het paleis moesten verlaten.

Deze handafdrukken zijn niet meer dan een voetnoot te midden van de overweldigende pracht en praal van de paleizen, forten en tempels en de chaotische drukte, armoede en rijkdom, schoonheid en ellende in Indiase steden zoals Jodhpur, de blauwe en 
Jaipur, de roze stad, The Pink City.