zondag 16 maart 2014

7 Correspondance

7 Woosje Wasser Kunstenaarsboeken

CORRESPONDANCE 1990


18 bladen van ongebleekte gesteven katoen
in gestoffeerde kaft 18 x 28 cm en cassette.
Textiel, dunne gestreepte katoen, geverfd (tie en dye)  
op de achterkant met stiften beschreven, papier, garens.


Brieven van en naar de Cher/Berry



uit de tijd dat nog alleen de postbode onze geheimen kende.


Naar analogie en met citaten uit
de correspondentie tussen Gustave Flaubert en George Sand.



dimanche matin
Bonjour chère dame, chère maître




nuit de vendredi 
                                               Cher ami, mon vieux troubadour



Je t'aime et je t'attends toujours, bien que tu ne parles jamais
de venir nous voir.



Que la vie est bonne quand tout ce qu'on aime est vivant et grouillant.



jeudi après-midi
Nos lettres se croissent toujours.

 

Temps ravissant. Tour de jardin jusqu'au verger.



Vous êtes seule et triste, là-bas, je suis de même ici.



Chère amie de mon coeur



nuit de samedi
C'est singulier comme j'ai envie de vous revoir.

 

Tu n'a pas le droit de n'être pas heureux.



Je vous embrasse très fort.



 Avez-vous le soleil aujourd'hui?



jeudi 2 heures du matin
Tu est mon seul point noir dans ma vie du coeur, parceque tu es triste

 

et ne veux plus regarder le soleil.



Je vous embrasse comme je vous aime, tendrement.



Le pays est beau. Quand y viendrez-vous?



D'ici là mille tendresses.



Tu m'écris bien peu, je suis inquiète de toi.



Je vais donc vous voir. Dans une douzaine de jours?



nuit de mardi à mercredi
Cette lettre est stupide.


Que faites-vous maintenant? Nous nous sommes peu 
et mal vus la dernière fois



lundi soir
Quand nous verrons nous, enfin?



Dites-moi que vous relevez la tête. Et pensez quelquefois
à votre vieux troubadour qui vous chérit



Je vous embrasse, en attendant quelques lignes de votre chère écriture.



Adieu, chère bon maître adorable.
A vous avec mes meilleures tendresses.



Embrassez-les de ma part ainsi que les autres

 
                                                       
                                                                     Et tout à vous.


 In deze briefwisseling zie je hoe verschillend Gustave Flaubert en George Sand waren.

Flaubert de grote literator, de echte kunstenaar, die zich het zoeken naar perfectie kan permitteren.  Als het erop aankomt, wordt hij, eeuwige tobber en twijfelaar,  in Normandië toch verzorgd door zijn moeder.

Sand blijkt, heel anders dan het romantische beeld van de wilde, sigarenrokende diva met vele minnaars, een hardwerkende, warme maar zelfstandige dame. Overdag regelt ze de uitgebreide huishouding op Nohant, waar ze met veel liefde en passie voor huis, tuin, familie en gasten zorgt. 's Avonds en 's nachts moet ze met schrijven het brood op de plank zien te verdienen. 
Flaubert bewondert die sterke persoonlijkheid, haar realiteitszin, optimisme én haar vakmanschap zozeer dat hij haar liefkozend "chère maître" noemt.

Omdat Google me al liet weten (niets blijft meer verborgen) dat hij de citaten uit de Correspondance Flaubert - Sand, zoals uitgegeven in 1981 door Flammarion wel in het Nederlands wil vertalen, laat ik ze in het Frans staan. 
Overigens is het de bedoeling dat ze in mijn versie van de Correspondance ook 
cryptisch blijven.

dinsdag 11 maart 2014

6 Zelfportret. Boekrol.

6 Woosje Wasser Kunstenaarsboeken

ZELFPORTRET 1987


Deze boekrol maakte ik in 1987 voor de groepsexpositie  
van de Gemeenschap Beeldende Kunstenaars 
in de Commanderie van Sint Jan, het toenmalig Nijmeegs Museum.
Dit keer was het thema Zelfportret.



Een boek hoeft niet altijd uit losse of gebonden bladen te bestaan.
Het kan ook de vorm hebben van een lange strook, papier, perkament of linnen,
die je naar believen uit- of inrolt.
Ik koos voor een strook dikke katoenen tijk van 18 x 165 cm.


 

Als motto nam ik een citaat uit de 
Correspondance tussen Gustave Flaubert en George Sand
uitgegeven door Flammarion, Paris 1981

 

Leurs portraits ne se ressemblent pas 
et ne leur ressemblent pas longtemps



Hun portretten  lijken  niet op elkaar
en ze blijven ook niet lang op henzelf gelijken.



Wat blijft meer gelijken dan een portret?
Huizen, dacht ik. 
Bijvoorbeeld mijn huis in de Cher en dat in Ooij.



Een boerderijtje ergens in de Berry als zelfportret.




George Sand verbleef een deel van het jaar in haar manoir in Nohant,
waar niet alleen haar geliefde Chopin,
maar ook vrienden als Flaubert te gast waren.
Meestal moesten  echter brieven de afstand overbruggen tussen haar landhuis  
en  Croisset in Normandië waar Flaubert woonde.
Een innige correspondentie verbond hen meer dan  incidenteel samenzijn.



Voor mij ligt er 750 km tussen Chemin des Jardins in Villepean



en de Tiengeboden  in Ooij.



(Het mooiste van textiel is dat je behalve de voorzijde
altijd de verrassing van de achterkant hebt)




De Tiengeboden als tweede helft van mijn zelfportret.





Hartjes en  sterren verzoeten het af-zijn.



In de nachten van  MCMLXXXVII (1987) vielen de sterren tot in de tuin.



Net als een herinnering is ook een boekenrol  eenvoudig te bewaren,
gewoon in de gestreepte katoen van een oud kussen.



                                                        Bewaard in cassette.


Helaas kan ik de catalogus van de expositie Zelfportret van de GBK uit 1987
niet meer terugvinden. Wel die van 1968 in De Waag met IK als onderwerp.
Eigenlijk ongeveer hetzelfde thema, misschien zelfs des te aardiger,

 

want op de eerste pagina vind ik schrijver/dichter Pé Hawinkels terug
-redactie-secretaris van het Nijmeegs Universiteitsblad NUB-
en op de tweede  mijn inspirator en`kunstmoeder`
de schilderes Helena de Baat 



Achterin sta ik zelf met een wat badinerende autobiografie
heel eervol naast onze serieuze leermeester Toon Vijftigschild



Dit portret van fotograaf Jan van Teefelen
 bewijst dat mijn motto juist gekozen is.
                                       
     Gelukkig zijn de huizen beter tegen de tijd bestand gebleken.